Als je spaart bouw je vermogen op. Wanneer je vermogen boven een bepaalde grens uitkomt, klopt de fiscus bij je aan. Hoe zit dat precies met deze ‘spaarbelasting’?

Het inkomstenbelasting stelsel bestaat uit drie boxen. In Box 1 wordt je huidig inkomen (salaris, uitkering, pensioen) belast. In Box 2 wordt inkomsten uit ‘aanmerkelijk belang’ belast. Dit is als je meer dan 5% van de aandelen van een bedrijf hebt. Dit is meestal het geval als je een eigen zaak hebt. In Box 3 wordt inkomen uit vermogen belast. Spaargeld is onderdeel van je vermogen.

Over je spaartegoeden betaal je dus belasting in Box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). Om te berekenen hoeveel belasting je moet betalen, moet je eerst weten wat je ‘gemiddelde vermogen’ is.

Je vermogen bestaat uit al je bank- en spaartegoeden, beleggingen en eventueel een tweede woning. Van dit bedrag mag je je schulden als een persoonlijke lening, aftrekken als ze groter zijn dan € 2.900,–. Om te bepalen wat nu je gemiddelde vermogen is, moet je je vermogen peilen op 1 januari én op 31 december van datzelfde jaar. Deze bedragen samen, gedeeld door twee, is je gemiddelde vermogen.

Heffing van 1,2%

De fiscus gaat ervan uit dat je over je vermogen een rendement van 4 procent behaalt. Ongeacht het werkelijke resultaat. Het gaat dus om een fictief rendement. Hierover betaal je 30 procent belasting. Dit komt dus neer op een vermogensrendementheffing van 1,2 procent. Er geldt wel een vrijstelling voor deze ‘spaarbelasting’, ook wel het heffingsvrije vermogen genoemd. Je betaalt pas belasting als je totale vermogen boven een bedrag van € 20.661,– uitkomt.

Rekenvoorbeeld:
Stel, je hebt in een jaar een gemiddeld vermogen van € 25.000 aan spaartegoeden en je hebt geen schulden. Dan betaal je € 52,07 aan vermogensrendementheffing aan de fiscus.

Je vermogen op 1 januari € 20.000
Je vermogen op 31 december € 30.000
Gemiddeld vermogen (€ 20.000 + € 30.000) / 2 € 25.000
Vrijstelling (2009) € 20.661
Grondslag voor heffing € 25.000 – € 20.661 € 4.339
Fictief rendement 4% van € 4.339 € 173,56
Vermogensrendementsheffing 30% van € 173,56 € 52,07

Fiscale tips

Heb je een fiscale partner? Dan mag je het heffingsvrije vermogen aan hem of haar overdragen. Je partner heeft dan recht op een heffingsvrij vermogen van € 41.322,–. Zelf heb je er dan geen recht meer op.
Als je minderjarige kinderen hebt, mag je heffingsvrije vermogen verhogen met € 2.762,–, per kind!

Voor ‘groene’ beleggingen geldt een extra vrijstelling in Box 3 van €55.145,–. Wanneer je dus je ‘normale’ vrijstelling in Box 3 hebt opgebruikt, kan je 1,2% vermogensrendementheffing besparen door ook ‘groen’ te gaan sparen. Daarnaast heb je recht op een belastingkorting van 1,3 procent over het ‘groene’ vermogen in Box 1.

Fiscale voordelen ‘groene’ beleggingen worden per 2011 afgebouwd

Per fiscaal jaar 2011 wordt het fiscale voordeel van ‘groene’ beleggingen langzaam afgebouwd. De tweede kamer heeft op 18 november 2010 ingestemd met het kabinetsvoorstel om de heffingskorting op sociaal-ethische, groene en culturele beleggingen te laten vervallen. De vrijstelling van de vermogens rendementsheffing in box 3 blijft wel bestaan. De heffingskorting wordt langzaam afgebouwd. Het afbouwen gebeurd volgens onderstaand schema:

Jaar Heffingskorting box 1 Vrijstelling rendements-
heffing box 3
Totaal fiscaal voordeel
2010 1.3% 1.2% 2.5%
2011 1.0% 1.2% 2.2%
2012 0.7% 1.2% 1.9%
2013 0.4% 1.2% 1.6%
2014 0% 1.2% 1.2%